Ablatie
Behandelings locatie
Deze behandeling wordt nog niet uitgevoerd in het Medisch Centrum Alkmaar. Echter heeft de cardiologie wel de capaciteit en kennis om het vooronderzoek te verrichten, z.g. elektrofysiologisch onderzoek.
Voor de ablatie zelf wordt u in principe aangemeld in het O.L.V.G. te Amsterdam.
De wachtijd voor zo'n behandeling bedraagt minder dan 3 maanden , dit geldt voor alle patiënten met alle soorten ritmestoornissen die moeten worden geableerd, behalve voor de groep patiënten met boezemfibrileren, dan kan de wachtijd langer duren.
Één van onze cardiologen, Dr Kimman verricht daar zelf de behandeling voor de patiënten uit het Medisch centrum Alkmaar.
Algemeen
Radiofrequente katheterablatie (RFCA) ofwel 'ablatie' is een techniek waarbij met behulp van een speciale katheter met opzet hartweefsel wordt beschadigd. Het hartweefsel wordt met behulp van plaatselijke warmte, opgewekt door radiofrequente golven, verbrand, waarbij kleine littekentjes ontstaan. Soms ook wordt in plaats van verhitting bevriezing (cryo-ablatie) toegepast.
Met ablatie kunnen verschillende oorzaken van hartritmestoornissen worden behandeld.
Elektrofysiologisch onderzoek
Aan de ablatiebehandeling gaat altijd een elektrofysiologisch onderzoek vooraf. Bij dit onderzoek wordt een aantal dunne draden (elektrodekatheters) via een ader of slagader (of allebei) ingebracht en opgeschoven naar het hart. Via de draden worden de elektrische prikkels uit het hart rechtstreeks naar een ECG-apparaat geleid, waarmee een elektrische registratie van het hart (hartfilmpje) wordt gemaakt. Zo kan worden vastgesteld om wat voor ritmestoornis het gaat en waar deze ontstaat.
Toepassing
Met de katheterablatie kunnen onder meer de volgende ritmestoornissen worden behandeld.
- Boezemfibrileren
- WPW syndroom
- AV nodale re-entry tachycardiën (tgv extra elektrische verbinding)
- Ventrikeltachycardie
Boezemfibrilleren
Ablatie of pulmonaal venen isolatie wordt toegepast bij boezemfibrilleren (een snelle en onregelmatige samentrekking van de boezems van het hart) als een behandeling met medicijnen onvoldoende helpt. Deze ablatiebehandeling wordt uitgevoerd bij de Bundel van His (het elektrische geleidingssysteem van het hart). Hiermee wordt de (elektrische) verbinding tussen de hartboezems en de -kamers verbroken, waardoor het boezemfibrilleren wordt uitgeschakeld. Een gevolg is ook dat de hartslag te langzaam is geworden. De patiënt is hierdoor voor de rest van zijn leven aangewezen op een pacemaker.
Boezemfibilleren
Pulmonaal venen isolatie
Op de plek waar de longaders uitmonden in de linkerboezem worden via ablatie een soort lijntjes getrokken, met als doel de elektrische stroom te onderbreken. Bij meer dan de helft van de patiënten is deze behandeling voor boezemfibrilleren effectief.
Wolff-Parkinson-White syndroom
Het Wolff-Parkinson-White (WPW) syndroom is een aangeboren hartafwijking die hartritmestoornissen veroorzaakt. Mensen met dit syndroom hebben aanvallen waarbij het hart 'op hol' slaat.
Normaal slaat het hart ongeveer zestig keer per minuut. Tijdens een aanval van WPW stijgt dat tot meer dan tweehonderd slagen per minuut. Dit geeft verschillende klachten, zoals duizeligheid, (bijna) flauwvallen, hevig zweten, nerveus gedrag, hartkloppingen en misselijkheid. Een aanval van WPW duurt enkele minuten tot uren.
Ongeveer 20.000 mensen in Nederland hebben het WPW-syndroom. De aanvallen beginnen meestal pas op volwassen leeftijd. Het syndroom komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.
Extra elektrische verbinding
Soms is er in het hart een extra elektrische verbinding tussen boezem en kamer. Hierdoor kan de elektrische prikkel een andere weg nemen dan normaal, waardoor er een hele snelle hartslag kan ontstaan. Deze extra verbinding wordt met ablatie verbroken. De twee meest voorkomende aandoeningen waarbij deze extra verbinding is aangelegd zijn: het WPW (Wolff-Parkinson-White)-syndroom en de AV nodale re-entry tachycardie.
Ventrikeltachycardie
Bij een ventrikeltachycardie zijn er elektrische impulsen die rondcirkelen in een van de hartkamers. Hierdoor kan een gevaarlijke situatie ontstaan, waardoor het hart op hol slaat en (in het ergste geval) ophoudt met pompen. In sommige gevallen komt ablatie in aanmerking om het hartweefsel dat de extra impulsen doorgeeft uit te schakelen.
De behandeling
Via de rechter- en soms ook via de linkerlies worden de katheters ingebracht. De elektrofysioloog (of ritmoloog) schuift de katheters via de bloedvaten op naar het hart en probeert de oorsprong van de ritmestoornis te vinden.
Als de plek is gevonden, wordt het puntje van de katheter tegen de hartspier aangelegd en verhit tot ongeveer 50 ºC. Door de warmte wordt op deze plaats hartspierweefsel weggebrand (beschadigd). De patiënt voelt dit als een warm of branderig gevoel, dat soms pijnlijk kan zijn.
Er ontstaat een littekentje van enkele millimeters in doorsnede en diepte. De littekentjes zorgen ervoor dat de elektrische prikkel niet meer voortgeleid wordt, zodat de ritmestoornis niet meer optreedt.
De elektrofysioloog controleert of de ritmestoornis definitief weg is door de ritmestoornis op te wekken. AIs de ritmestoornis nog opwekbaar is, dan wordt de behandeling vervolgd totdat de ritmestoornis niet meer op te wekken is. De duur van de behandeling is afhankelijk van de soort ablatie tussen de een en vier uur.
Na afloop van de behandeling wordt de katheter weer verwijderd en wordt het prikgat in de (slag)ader een tijdje stevig aangedrukt, waarna men een drukverband plaatst dat enkele uren moet blijven zitten.
Soms gebruikt men een soort dopje dat vanzelf in de (slag)ader en de huid oplost. Bij de ablatie via de lies moet de patiënt na afloop van het onderzoek nog enkele uren plat blijven liggen. Dit is alleen van toepassing bij de behandeling die via de slagader plaats vind.
Meer informatie
Aanvullende informatie treft u aan in de brochures Elektrofysiologisch onderzoek (EFO) en Ablatiebehandeling en Hartritmestoornissen.
Nadere informatie over lotgenotencontact en belangenbehartiging vindt u bij de patiëntenverenigingen van de SHHV, Stichting Hoofd Hart en Vaten.